De kabinetsplannen om de spaarloon- en premiespaarregeling af te schaffen, leidden eind 2002 tot veel commotie. De regelingen zijn sinds de invoering in 1994 zeer populair. Bijna tweederde van de Nederlandse werknemers doet mee aan een spaarloonregeling.
Gelukkig heeft de Tweede Kamer besloten de spaarloonregeling in stand te houden. Alleen de premiespaarregeling heeft het niet gehaald. Deze is per 1 januari 2003 afgeschaft.
Als u meedoet aan een spaarloonregeling, houdt uw werkgever een deel van uw brutoloon in en stort dit op een geblokkeerde rekening. U mag vier jaar niet over dit bedrag beschikken. Over het ingehouden brutobedrag betaalt u geen belasting en sociale premies. Dit levert u een fiscaal voordeel op. U mag in 2003 maximaal € 51,08 per maand opzij leggen (€ 613 per jaar).
Bij de premiespaarregeling spaarden werknemers van hun nettoloon. De werkgever gaf bovenop dit bedrag een extra premie, dat voor de werknemer belasting- en premievrij was.
Het geld dat u spaart met de spaarloonregeling, mag u na vier jaar netto opnemen. U mag het geld echter eerder opnemen als u met het geld:
De rente op uw spaarloontegoed is onbelast. Het tegoed zelf is vermogen. Dat betekent dat u over dit saldo 1,2% vermogensrendementsheffing moet betalen. Als het saldo echter niet meer dan €17.025 bedraagt, dan geldt er een vrijstelling voor deze rendementsheffing. Komt het saldo erboven, dan moet u over het meerdere wel 1,2% betalen.