Pensioenpremies stijgen flink. De kranten staan de laatste tijd vol met verontrustende koppen over pensioenfondsen in nood en stijgende premies. Is het werkelijk zo slecht gesteld met de pensioenfondsen? En dus met onze pensioenen?
Pensioenfondsen beleggen hun vermogen om aan hun verplichtingen te kunnen voldoen. In de goede beursjaren eind jaren negentig behaalden ze hiermee riante rendementen. Daarmee bekostigden ze (deels) de premies. Soms gaven ze zelfs overschotten terug aan de bedrijven. Helaas braken er een aantal slechte beursjaren aan. Door de povere beleggingsresultaten slonken de reserves in rap tempo.
Een pensioenfonds bevindt zich in de gevarenzone als de dekkingsgraad minder is dan 110%. Dit stelt de Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK), die toezicht houdt op de pensioenfondsen. De dekkingsgraad is de mate waarin het belegde vermogen op termijn voldoende is om de toekomstige pensioenen uit te keren. Als absoluut minimum houdt de PVK 100% aan. De gemiddelde dekkingsgraad van Nederlandse pensioenfondsen bedroeg begin dit jaar 105%. Een kleine buffer is er dus nog wel, maar dat er wat moet gebeuren, is duidelijk.
Welke maatregelen kunnen we de komende tijd verwachten van pensioenfondsen? Pensioenfondsen hebben meerdere mogelijkheden om hun reserves weer op peil te brengen:
Al met al is de situatie verontrustend, maar reden tot paniek is er niet. Echte zorgen maken we ons ook nog niet in Nederland, zo blijkt uit recent onderzoek van het onderzoeksbureau NIPO. Iets meer dan de helft, 56%, zegt enigszins tot zeer bezorgd te zijn, 36% is niet bezorgd. Mensen van 50 tot 65 jaar zijn beduidend meer bezorgd dan werknemers van 21 tot 40 jaar.